fbpx

Buro Dertig Borrelt met dr. Sibe Doosje

Voor de vierde editie van Buro Dertig Borrelt lopen Calvin en Roos rond op de voor hun oude en vertrouwde Universiteit Utrecht. Op de Uithof borrelen ze met Dr. Sibe Doosje, universitair docent Klinische Psychologie, gespecialiseerd in – jawel – humor! Zijn lezingen begint hij meestal met de stelling dat het niet grappig wordt en 1 april is voor Sibe de allerdrukste periode. “Ik word vaak gevraagd om grappig te zijn, maar ik zeg altijd meteen: ik ben een wetenschapper, geen cabaretier.”

Sibe speelt elke ochtend om 06.00 uur een potje kaarten, is lid geweest van verschillende boekenclubs, maar leest tegenwoordig liever wat hij zelf leuk vindt, wandelt vaak door de Botanische tuinen om te reflecteren, is stiekem een huismus die het liefst in Nederland op vakantie gaat, pleit voor een terugkomst van de diagnostiek én heeft een gedeelde haikupassie met Calvin. Tijd om het vriendenboek in te duiken om erachter te komen welke rol humor vandaag de dag speelt in onze samenleving; wat de favoriete mop is van een deskundige in de humor; en wat het doen van onderzoek naar humor voor effect op humor in je privéleven heeft.

 

Ik ben Sibe Doosje

Ik voel mij zo jong als ik ben

Mijn hobby’s fietsen, haiku’s, knutselen, musea bezoeken, fotografie

 

BD: “Wat fotografeer je zoal?”

SD: “Ik heb laatst een portfolio gemaakt van foto’s die ik met mijn smartphone maak om te ontdekken of er terugkerende thema’s te ontdekken zijn. Dat bleek te kloppen. Zonder dat ik het bewust doorheb fotografeer ik patronen; boomstammen of lijnen bijvoorbeeld.”

BD: “Geen mensen?”

SD: “Opvallend genoeg nauwelijks, terwijl mijn interesse in mensen heel groot is en ik een sociaal gemotiveerd iemand ben.”

BD: “En die andere hobby, haiku’s. Vertel eens.”

SD: “Ik hou van de strenge vorm, dat geeft beperkingen, maar ook houvast. Het is kunst om in zo weinig woorden veel te zeggen. Ik vind het zo knap hoe die Japanse meesters emotie kunnen oproepen. Juist door in die vorm op zoek te gaan naar een pointe, een ontdekking op het einde, een nieuwe manier van waarnemen, en dat in slechts 17 lettergrepen.”

BD: “Een mooie afwisseling naast al die artikelen op de universiteit?”

SD: “De universitaire wereld is een woordenwereld. Soms ben ik die woorden inderdaad wel eens zat. Al dat geklets, denk ik dan. Iedereen geeft overal altijd maar woorden aan. Kan het ook een keer wat minder?”

 

 

Mijn lievelings

Boek Kapitein Corelli’s mandoline

Kleur blauw

Vak Diagnostiek (Wim Zwanikken)

Drankje Brugse Zot

Borrelhap Ikeaballetjes

Vakantieland Nederland

Cabaretier Chris Verlaan

Mop de ‘Trump-mop’

Museum de hele wereld. “Ik gebruik dit boek How to be an explorer of the world. Het stelt dat de wereld een groot museum is en dat je uit de wereld een museum kan creëren.”

 

SD: “Kapitein Corelli’s mandoline is een van de weinige boeken waarbij ik hardop moest lachen. Dat heb je niet zo vaak bij boeken – ja glimlachen als je iets leuk vindt, maar niet hardop.”

BD: “Is hardop lachen dan iets wat meer gebeurt omdat mensen het op een sociale manier doen? Ik betrap mezelf erop dat ik in mijn eentje eigenlijk bijna nooit hardop lach. Terwijl in groepen…”

SD: “In groepen lachen we ook om andere redenen. Bijvoorbeeld voor een prettige sfeer. Ik heb daar veel studies over gelezen. Als je conversaties opneemt, stoppen mensen heel veel lachjes tussen hun gesprek door, zowel vocaal als glimlachen. Dat zijn vaak lachjes die bedoeld zijn om de conversatie gaande te houden en om het leuk te maken. Echt niet specifiek omdat er dan iets grappigs is.”

BD: “Een soort bevestiging naar de ander toe?”

SD: “Ja het blijft een gek geluid, dat we zo vaak maken.”

BD: “En je favoriete cabaretier, daar zijn we erg benieuwd naar.”

SD: “Dat is Chris Verlaan. Ik vind het echt fantastisch dat een autist – waarvan ze zeggen dat die geen humor hebben – gewoon het Cameretten Festival wint. Mijn idee over autisme was eerder al wel een beetje veranderd. Ik heb onderzocht of autisten gevoel voor humor hebben. Uit dat onderzoek bleek vooral dat ze heel slim zijn en snel snappen wat jij wil, waardoor ze grappen wel degelijk begrijpen. Toch hebben ze ook een heel eigen gevoel voor humor. Chris is trouwens eigenlijk data-analist, een beroep wat je misschien eerder zou verwachten bij iemand met autisme.” Hier zie je Sibe en Chris samen bij Autisme TV. 

BD: “Je hoort ook wel eens dat cabaretiers ‘thuis’ helemaal niet zo grappig zijn?”

SD: “Ja ik dacht altijd dat cabaretiers hele extraverte mensen zijn, naar buiten gericht, maar vaak zijn het juist introverte mensen die erg op zichzelf zijn, misschien zelfs een beetje angstig. Dat geldt niet voor alle cabaretiers natuurlijk, maar je ziet het wel vaak. Theater is dan een context waarbinnen zij zichzelf kunnen laten zien en waar ze ook nog eens heel erg gewaardeerd worden.”

BD: “Omdat je een soort personage bent? En binnen een redelijk gecontroleerde omgeving waar je je op kunt voorbereiden?”

SD: “Ja en het hangt ook samen met de relatie tussen komedie en tragedie. Mijn stelling is dat humor altijd iets te maken heeft met tragedie. Want waar maak je grappen over? Over de dingen die niet zo goed gaan of de dingen waar je last van hebt. Mensen moeten lachen als ze zich kunnen identificeren met jouw tragiek. Humor heeft dus niet altijd met iets positiefs te maken maar vaak met een onderliggend probleem of een emotie. Herkenbaarheid is daarbij een belangrijke factor.”

 

 

Mijn helden zijn alle mensen op aarde, omdat ze zo dapper doorleven, ondanks het feit dat ze doodgaan aan het eind.

 

Dit wilde ik later altijd worden straaljagerpiloot, maar ik ben kleurenblind

 

Ik werk als docent bij Klinische psychologie in Utrecht

Het leukste aan mijn werk vind ik studenten. Ook de vrijheid vind ik heel leuk, ik kan gewoon met jullie afspreken.

Het stomste aan mijn werk vind ik routineklussen, helemaal naarmate ik dichterbij mijn pensioen kom.

Het meest trots ben ik op mijn kinderen. “Het is zo bijzonder hoe je bij iemands hele leven mag zijn. Als ouder moet je zorgen dat het goed gaat, totdat ze hun eigen dingen doen. Die slapeloze nachten, stinkende poep en niet luisteren vergeten we dan maar even. Een totale omslag van je leven, maar ik vind dat echt fantastisch.”

Ik wil beter worden in luisteren

SD: “Beter luisteren heeft alles te maken met vragen stellen. Ik raad iedereen een cursus socratische gespreksvoering aan. Daarin merkte ik vaak dat ikzelf meer luisterde naar de ideeën in mijn eigen hoofd, in plaats van naar die van de ander. Ik wil beter kunnen ontdekken wat iemand precies bedoelt en wat iemand beweegt zonder maar wat in te vullen voordat het gesprek alweer is afgelopen.”

BD: “Nemen we tegenwoordig überhaupt nog wel de tijd om diepe gesprekken te voeren?”

SD: “Ik denk het dus niet. Iedereen is zo bezig met zijn eigen cocon.”

BD: “En alles moet snel, gesprekken als deze zijn schaars.”

SD: “Volgens mij is er grote behoefte aan verdieping en reflectie in de samenleving, juist omdat het allemaal zo snel gaat. Sommige dingen moet je langzaam doen. Je hebt ruimte in je hoofd nodig om te kunnen denken. Ik ga vaak wandelen in de Botanische tuinen. Reflectie is belangrijk voor een docent. Vaak kom ik terug met een enorme berg ideeën die ik daar opdoe.”

 

Mijn ideale dag ziet er zo uit:
Ochtend: vroeg opstaan (half 6 – 6 uur), met mijn vrouw speel ik dan altijd een potje Gin Rummy met een kop koffie.

Middag: een dutje

Avond: wezenloze actiefilms (zoals Taken, Rambo). “Ik hou van actiefilms, ze zijn zo lekker simpel waardoor je niet hoeft na te denken. Een lekkere ontspanning; ik denk overdag al genoeg na.”

Nacht: slapen naast Cornelia, mijn vrouw

 

BD: “Kan je goed loskomen van werk?”

SD: “Ja, ik heb zelden slapeloze nachten. Maar ik heb ook niet zo vreselijk veel stress. Niet dat ik continu dutjes doe, maar ik kan dingen goed van me afzetten.”

BD: “En ben je buiten je werk ook op zoek naar humor? Ik heb het idee dat humor voor veel mensen iets is wat ze vooral buiten het werk om najagen. Als humor een groot onderdeel is van je werk, welke rol speelt humor dan daarbuiten?”

SD: “In mijn vrije tijd kijk ik niet continu naar komische films en houd ik echt niet alle stand-up comedyshows bij. Maar ik probeer wel enigszins op de hoogte te blijven natuurlijk. En verder probeer ik er hier op de Universiteit – ook buiten mijn onderzoek om – wat leuks van te maken; practice what you preach. Ik probeer hier allerlei grapjes te maken met studenten en collega’s.”

 

 

Wat ik nog ga doen als ik later groot ben In het Maximapark werken, simpele dingen.

 

Stel je mag een lezing geven aan de hele wereld geven, wat geef je de mensen dan mee? Lekker niks doen

 

SD: “Ik moet dan meteen denken aan een congres voor psychotherapeuten; een boeddhistische monnik zou daar een lezing van een uur geven. Hij begon de lezing zo: ‘Ik ben gevraagd om een lezing van een uur te geven, daar word ik goed voor betaald. Maar dit is het. Hij stapte toen het toneel af en vertrok.’ Dat was zo bevrijdend, want iedereen hoefde een uur lang niet te luisteren. Ze konden lekker hun eigen ding doen, koffiedrinken, kletsen, verhalen ophalen. Een fantastisch idee. Het heeft alles te maken met verwachtingen.”

BD: “Neem je dat idee ook mee in eigen lezingen?”

SD: “Ik heb ook wel eens een lezing over luieren gegeven – op zitkussens. Ik hoefde niet zo veel voor te bereiden, want ik moest natuurlijk wel het goede voorbeeld geven. We gingen met z’n allen lekker luieren. Na een tijdje waren er heel weinig mensen meer over, dus toen ben ik ook lekker iets anders gaan doen.”

BD: “Die mentaliteit moeten we iets vaker toepassen in het leven misschien?”

SD: “Ja, dat doet me denken aan dat programma de Taarten van Abel; hij bakt taarten met kinderen voor mensen die volgens die kinderen iets goeds hebben gedaan. Als ze de taart hebben gemaakt, zegt Abel: “Ik zeg, niks meer aan doen”. Het kind heeft dan 2 opties: nog iets aanpassen of instemmen dat het goed is. Die attitude kom je niet zo veel meer tegen. Iedereen wil alsmaar beter worden, sneller, carrière. Als je jong bent hoort dat er ook bij, dat snap ik wel. Maar soms kan je best wel eens zeggen ‘niks meer aan doen’, het is goed zoals het is.”

BD: “Merk je dat ook bij je eigen studenten?”

SD: “Ja, ik kom zo veel perfectionisten tegen. Dat is echt een vrij funest iets; al die eisen vanuit jezelf, ouders, vrienden, medestudenten. Iedereen zit in de sociale vergelijking en iedereen moet zichzelf onderscheiden. Volgens mij speelt dat nog extra bij deze generatie. Soms denk ik: we moeten er wat meer humor tegenaan gooien. Even dimmen hoor, even lol maken!”

 

 

Proost! Houd Buro Dertig in de gaten voor meer borrelavonturen met mensen uit de creatieve, culturele en maatschappelijke sector.

 

In de vorige editie van Buro Dertig Borrelt borrelden we met Mienke Simon Thomas, conservator toegepaste kunst en vormgeving bij het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.