fbpx

Buro Dertig Borrelt met Laurie Cluitmans

“Het duurde even voordat ik me realiseerde dat ik echt een vriendenboekje ging invullen.” lacht Laurie Cluitmans, conservator hedendaagse kunst bij het Centraal Museum in Utrecht. “De basisschool komt zo weer even heel dichtbij, maar jeetje wat zeggen deze vragen eigenlijk veel over je.” Voor de tweede editie van Buro Dertig Borrelt gingen onze Calvin en Roos met vriendenboek, gelpennen en stickers op pad naar het Centraal Museum. Laurie (geboren op schrikkeldag 29 februari) is nu 8 en een beetje, schreef vroeger kindergedichtjes, mag van zichzelf elke dag één lekkere kop koffie bij de Stach halen onderweg naar haar werk en kijkt stiekem slechte films via Netflix. Verder lijkt kunst echt in élk onderdeel van haar leven terug te komen. Als bezoeker door een tentoonstelling lopen? Dat vindt Laurie heel lastig. Een toevallige oerhobby, die compleet uit de hand is gelopen? Tijd om het vriendenboekje te bekijken:

 

 

Ik ben Laurie Cluitmans

Ik werk als conservator bij het Centraal Museum in Utrecht sinds januari 2018

Het leukste aan mijn werk vind ik samenwerking met kunstenaars en het team om nieuwe plannen te smeden

Het stomste aan mijn werk vind ik “vergaderen”

Ik ben het meest trots op de publicatie die ik net met Jessica Stockholder maakte

Ik wil beter worden in niet overal ja tegen zeggen

 

LC: “Het leukste aan mijn werk, dat is een makkie. In de beginfase waarin nog alles mogelijk is, je geen compromissen hoeft te sluiten en je niet hoeft na te denken over het geld: daar ontstaan de mooiste, de beste tentoonstellingen.”

BD: “Ga je bewust die brainstorm in met het idee van het geldplaatje komt later?”

LC: “Ja, anders beperken we onszelf. In eerste instantie moet alles mogelijk zijn. Pas daarna kijken we wat toekomstmuziek is.”

BD: “En samen dus?”

LC: “Ik vind het leuk hoe hier wordt samengewerkt. Bij het smeden van plannen zit iemand van educatie, van collectiebeheer, van marketing. Doordat iedereen zijn eigen kennis en ervaring meeneemt, beginnen we met een breed perspectief.”

 

Ik voel mij zo jong als mijn schrikkeljaren

Hobby’s nog geen maar in de toekomst misschien: tuinieren, eigen moestuintje of tekenen

 

LC: “Hobby’s? Die heb ik eigenlijk helemaal niet. Ik heb het idee dat ik de hele dag bezig ben met kunst. En ook als ik niet aan het werk ben, ben ik bezig met kunst. Veel vrienden zijn kunstenaar of curator. Of je gaat naar de film, die dan weer te maken heeft met kunst. En een reisje: alles draait om hedendaagse kunst. Wat een monocultuur hè?”

BD: “Dus we kunnen tijdens deze borrel geen vreemde hobby ontdekken?”

LC: “Ik vrees van niet.”

BD: “Heb je echt nooit genoeg van kunst?”

LC: “Nee, echt niet. Het is ook zo divers. Andere mensen gaan misschien als hobby naar het museum toe. Ik ga er zelf graag naartoe, maar het hoort ook bij mijn werk. Zo valt het allemaal samen.”

 

 

Mijn lievelings:

Film/serie: Fleabag, Transparent

Kunstenaar: op het moment Pauline Curnier-Jardin

Boek: Joan Didion – “Where I Was From”, Yaa Gyasi – “Homegoing”, Virginia Woolf – “Orlando” en de debuutroman van Niña Weijers: “De consequenties”.

Kleur: blauw, groen en een beetje roze

Drankje: rode wijn

Borrelhap: vinegar chips

Vakantieland: Trinidad. En Japan, daar wil ik heel graag naar terug!

Museum: Centraal Museum, natuurlijk! Inkoppertje.

Tentoonstelling: Louise Bourgeois’ in Tate Modern in 2007-2008, ‘1993’ in the New Museum in 2013.

 

BD: “En als je na het Centraal Museum nog een lievelingsmuseum zou moeten kiezen?”

LC: “In Nederland vind ik het Kröller-Müller Museum een fijne plek om naartoe te gaan; vooral de beeldentuin. Ik hou van musea die een beetje in de periferie liggen en je op een andere manier een kunstervaring bieden.”

BD: “En internationaal?”

LC: “The New Museum of Contemporary Art (New York) is een fantastisch museum. Daar worden alleen maar goede tentoonstellingen gemaakt.”

 

BD: “En je favoriete tentoonstelling?”
LC: “In 2007 was er in de Tate Modern (Londen) een overzichtstentoonstelling van Louise Bourgeois. Die is voor mij belangrijk geweest, omdat dit ideeën triggerde om zelf tentoonstellingen te maken.”

BD: “Is dat iets wat je vaak hebt? Dat je inspiratie haalt uit het werk van vakcollega’s voor in het Centraal Museum?”

LC: “Ja, zeker. Maar meestal sijpelt dat langzaam door en komt het een paar jaar later terug.”

BD: “Kijk je altijd met zo’n bril naar een tentoonstelling als je ergens rondloopt?”

LC: “Ja, zaterdag was ik bijvoorbeeld bij de Grote Surinametentoonstelling (Nieuwe Kerk, Amsterdam). Ik loop daar echt als tentoonstellingsmaker rond: hoe is de vormgeving aangepakt? Hoe ontvouwt het verhaal zich in de tentoonstelling? Ik vind het heel moeilijk om alleen maar te kijken naar de tentoonstelling en niet naar het grotere plaatje.”

BD: “Vind je dat jammer?”

LC: “Ja, mijn moeder had het ook wel in de gaten: ‘Kijk nou gewoon even rustig!’”

BD: “Ja, zoals zij, als bezoeker?”

LC: “Juist dat vind ik dan ook weer interessant, want daar leer ik dan ook weer van: wat valt haar op? Waar kijkt zij naar? Alles gaat dus wel over het maken van een tentoonstelling.”

 

 

BD: “We zijn ook wel benieuwd welke eigen tentoonstelling favoriet is?”

LC: “Er zijn er een paar waar ik heel blij mee ben om verschillende redenen. Mijn eerste institutionele tentoonstelling (‘He disappeared into complete silence: rereading a single artwork by Louise Bourgeois’, in de Hallen, Haarlem, 2011) blijft belangrijk voor me. Ik maakte het samen met een vriendin. We werden op zo veel manieren uitgedaagd om na te denken over een tentoonstelling.”

“En in 2017 maakte ik Bei Cosy, een heel ander type tentoonstelling: een mix tussen een bar, kostuumfeest en tentoonstelling samen met Philipp Gufler en Richard John Jones. Het idee? We voerden de bar van Cosy Pièro opnieuw uit. In de jaren 60/70/80 had zij een bar in München, die heel belangrijk was voor de (queer)gemeenschap. Ik vond het zo mooi dat onze bar echt ergens over ging en het begon te leven. Iedereen die de bar bezocht werd een soort vaste klant en wilde ook performances gaan doen of achter de bar staan om cocktails te maken.”

BD: “We horen in je verhaal wel terug dat je maatschappelijke thema’s belangrijk vindt?”

LC: “Ja, ik vind het belangrijk als er een link zit met iets wat er nu in de samenleving gebeurt. Zo ben ik voor de tentoonstelling Dromen in Beton (nu in het Centraal Museum te zien) met kunstenaars naar Kanaleneiland gegaan om huidige bewoners te portretteren. De kunstwerken zijn prachtig en mooi geëngageerd. Ik vind het mooi als die twee samen kunnen gaan.”

BD: “Als het esthetische ook relevant is?”

LC: “Precies.”

 

BD: “En je lievelingskleur is blauw?”

LC: “Ja, hoewel ik laatst een tentoonstelling heb gemaakt van Jessica Stockholder, die wilden we eigenlijk ‘Chromophobia’ noemen, de angst voor kleur. Het wat wijst op een soort geconditioneerdheid die wij hebben met kleuren. Zo nemen we zwart-wit veel serieuzer in de (kunst)wereld. Als je in pimpelpaars en groene stippen werkt, zou je zogenaamd decoratief bezig zijn. Het gebruik van veel kleur wordt geassocieerd met kinderlijk en niet serieus. Chromophilia is na die inzichten meer mijn thema geworden.”

BD: “Dus geen blauwe of groene favoriete kunstwerken?”
LC: lacht. “Het zou wel leuk zijn om zo te cureren.”

 

Dit wilde ik later altijd worden kinderboekenschrijfster

LC: “Op de middelbare school vond ik tekenen en het kunstvak het leukst, maar hoe ga je daar een vak in kiezen of je brood mee verdienen? Ik ben toen communicatiewetenschap gaan doen en ben er als hobby kunstgeschiedenis bij gaan doen. Die hobby is toen langzaam mijn hele leven gaan overnemen.”

BD: “Een droom toch? Van hobby naar werk?”

LC: “Ik weet niet of dat per se goed is. Niet dat ik kan klagen hoor. Maar het lijkt me soms best goed of fijn als die twee gescheiden zijn.”

BD: “En wanneer neigde je naar hedendaagse kunst?”

LC: “Dat ging heel toevallig. Ik mocht een keer een weekje op een galerie passen, zonder te weten wat een galerie echt is. Dat hedendaagse kunst überhaupt iets anders is dan moderne kunst, dat wist ik niet. Hier ging een wereld voor me open: kunstenaars die speciaal voor de galerie een tentoonstelling maken, hoe je kunstenaars vertegenwoordigt, hun praktijk leert kennen, zo direct samenwerken en hen de kans bieden om te experimenteren.”

 

Dankjewel, Laurie!

 

Houd Buro Dertig in de gaten voor meer borrelavonturen met mensen uit de creatieve en culturele sector. Proost!