fbpx

Collectieverpakking: musea van de buitenkant

Vlak voor de coronacrisis organiseerden Roos en ik (Hannah) een rondleiding door het Rijksmuseum. En dan niet over de collectie, maar over het gebouw. Ook ons Buro Dertig team was present. Daar ontdekten we maar weer eens dat het gebouw van een museum vaak al een museum op zich is. Zie het als een mooie verpakking om de collectie, en tegelijkertijd onderdeel van de collectie zelf. En daar zouden we wat meer aandacht aan moeten schenken. Zowel binnen als buiten de musea kun je je ogen uit kijken! Daarom in deze blog 3 musea die alleen voor een blokje om de moeite waard zijn. Zie de blog ook vooral als uitnodiging om zelf op pad te gaan om musea van de buitenkant te bekijken.

Het Rijksmuseum: Pierre Cuypers

Het eerste wat opvalt als je goed naar het gebouw van het Rijksmuseum kijkt, is dat het wel erg lijkt op het centraal station van Amsterdam. Dat is niet zo gek, het is namelijk van dezelfde architect: Pierre Cuypers. De stijl van Cuypers werd vaak als (te) katholiek beschouwd. Toch kreeg hij de opdracht. Gelukkig maar, toch? Cuypers wilde dat het gebouw symbool zou staan voor heel Nederland. Hij koos daarom voor een stijl waarin elementen uit de hele Nederlandse architectuurgeschiedenis samenkomen. Als je rond het Rijksmuseum loopt zie je allerlei ornamenten, tegeltableaus en decoraties. En dat maakt het gebouw een museum op zich. Wat bijzonder is, is dat de twee gebouwen elkaar als het ware aankijken. Ze staan recht tegenover elkaar (met de stad er tussenin).

 

Hartenstein

Het Rijksmuseum in Amsterdam is gebouwd met het doel de huisvesting van het museum. Heel anders is dat bijvoorbeeld bij het Airborne Museum in Oosterbeek dat gevestigd zit in Villa Hartenstein. De geschiedenis van deze plek gaat ver terug, maar is vooral bekend door de rol die de villa speelde tijdens de bevrijding van Nederland. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 stond Hotel Hartenstein centraal als het hoofdkwartier van de Britse luchtlandingstroepen. Als je rondom de villa wandelt of door de prachtige omgeving ga je even terug in de tijd.

 

Groninger Museum

Een kunstwerk op zich: het Groninger Museum. Architect Alessondro Mendini vermengde alle kunsthistorische stijlen in zijn ontwerp. Hij ontkende traditionele rangordes, bijvoorbeeld dat schilderkunst verheven is boven toegepaste kunst. Dit is een typisch kenmerk van het 20e-eewse postmodernisme en het resultaat is het prachtige gebouw waarin het Groninger Museum vestigt. Het museum bestaat uit verschillende paviljoens die door gangen met elkaar worden verbonden. De halfronde nissen in de gangen hebben uitzicht op het water en de omgeving. Ze hebben een middeleeuws karakter en lijken op gangen in kerken of kloosters. De gangen zijn noodzakelijk vanwege de langgerekte vorm van het museum, om zo van het ene naar het andere paviljoen te lopen. De ovale zalen zijn bewuste doorbrekingen van deze lange gangen, omdat Mendini ze als integraal onderdeel van de museumsfeer beschouwde en niet op saaie doorloopgangen van metro of kantoorgebouw wilde laten lijken.

 

Elk museum heeft zijn kruisje

Dit zijn slechts drie voorbeelden van musea die in een bijzonder gebouw huisvesten. Maar wat dacht je bijvoorbeeld van het Boijmans van Beuningen in Rotterdam, het Kunstmuseum in Den Haag of de Fundatie in Zwolle? En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Ik durf eigenlijk wel te zeggen dat elk museumgebouw een verhaal vertelt. En het is meer dan de moeite waard om hierin te duiken. Vaak vind je op de website van musea al meer informatie. Er zijn ook musea, zoals het Rijks, die rondleidingen aanbieden waarin het gebouw centraal staat. Veel plezier!

 

Door: Hannah Bakx