Een jaar geleden was ik op Naoshima, een piepklein eiland van 8 vierkante kilometer in Japan. Een plek waar ik tot kort daarvoor nooit van gehoord had. Naoshima is een van de meest bijzondere locaties ter wereld om je onder te dompelen in kunst en natuur. Stel je de moderne kunstwerken van Yayoi Kusama, Karel Appel en Walter De Maria voor, in een bergachtige omgeving met bomen en bloemen. Het is even een uitdaging om er te komen, met trein, ferry, bus en fiets. Maar het is het meer dan waard.

 

Van giftige dumpplek naar kunstzinnige speelplaats

Tot 1989 was Naoshima verre van schoon, in letterlijke en figuurlijke zin van het woord. De Japanse binnenzee, dat het eiland omgeeft, was een dumpplek voor giftige chemische stoffen uit de omliggende industrie. Begin jaren ’90 staken twee mannen de koppen bij elkaar. Tetsuhiko Fukutake, directeur van de educatieve uitgeverij Benesse Corporation en Chikatsugu Miyake, destijds burgemeester van Naoshima, droomden van een eiland waar cultuur en educatie elkaar ontmoetten. Fukutake en zijn zoon Soichiro kochten een groot gedeelte van het eiland waarbij kunst het instrument werd om het eiland te verfrissen, verjongen en te laten bloeien.

 

Een van de vele buitensculpturen die Naoshima rijk is.

Een van tentoonstellings’zalen’ van het Benesse Art House

 

Kunst in de natuur in plaats van ‘the white cube’

En zo geschiedde: binnen een decennium werden drie belangrijke kunstinstituten uit de grond gestampt. Het Benesse House Museum (1992), het Art House Project (1998) en het Chichu Art Museum (2004). Later breidde de Benesse Corporation het imperium verder uit met het Lee Ufan Museum (een beroemde Koreaanse minimalist) en – Naoshima was inmiddels vol – het Teshima Art Museum op het gelijknamige naburig eiland. Met oog voor de schoonheid van de eilanden, of zoals Soichiro zelf zei:

 

“I was born in a rather rural area, so I love nature. So rather than installing art in white cube museums, I like to install art in nature, art with strong messages, contemporary art especially, and find the right environment and the right architecture.”

 

Een zeer stiekeme foto van de ‘wenteltrap’ van het ChiChu Art Museum. Fotograferen mag eigenlijk niet, maar is soms te verleidelijk.

Chichu Art Museum: de belichaming van beleving

De manier waarop de kunst op Naoshima tentoon is gesteld is onvergelijkbaar met wat ik in Nederland ooit heb gezien. De kunstwerken hangen niet ‘toevallig’ al in een bestaand gebouw, de architectuur van het gebouw is volledig afgestemd op de kunstwerken. Neem bijvoorbeeld het Chichu Art Museum, ontworpen door de beroemde architect Tadao Ando. Het museum ligt volledig onder de grond, waardoor je als bezoeker al lopend een zekere spanning opbouwt. Eerst in de hal, dan door het imposante trappenhuis en de verduisterde voorvertrekken. Pas daarna volgen de zalen met kunst. Kortom: als beleving een belichaming zou zijn, dan was dit het Chichu Art Museum.

 

Het museum huist ‘slechts’ drie werken. Een interactieve ruimte van James Turrell, een imponerende hal met een installatie van Walter De Maria en een zaal met de geschilderde lelies van Claude Monet. Met name die laatste ruimte is onbeschrijfelijk mooi. Niet alleen door de kolossale werken van Monet, maar ook doordat de ruimte – uitzonderlijk voor een museum – is verlicht met natuurlijk daglicht. Tijdstip en weersomstandigheden bepalen dus hoe je de lelies te zien krijgt, precies zoals Monet het waarschijnlijk had gewild. Ook de hoeken van de ruimte zijn afgebot, waardoor het lijkt alsof de ruimte rond is en de schilderijen in een gebogen panorama hangen. En mocht deze botanische ervaring nog niet genoeg zijn: de voortuin van het museum is een real life kopie van de tuin van Monet waar hij zijn lelies schilderde.

 

Community art: Art House Project

Geschiedenis en kunst lopen op Naoshima constant in elkaar over. Zo ook bij het Art House Project in Honmura, een klein dorp waar zeven grijsbruine vissershuisjes het decor zijn van verschillende kunstwerken. Inwoners werden gevraagd hun lege schuren beschikbaar te stellen als tentoonstellingsruimte. Dorpelingen namen actief deel in de bouw zodat de kunstruimtes “typisch Japans” bleven. Als bezoeker kun je een kunstroute lopen langs de zeven huizen. Mijn twee favorieten:

 

Minamidera, een huis gebouwd op een voormalig tempelcomplex met daarin de installatie ‘Backside of the Moon’ van James Turell. Op gezette tijden breng je een bezoekje aan de een volledig verduisterde ruimte die in 20 minuten langzaam verlicht wordt. ‘An art piece that plays with your perception of light’.

 

Dit vrijheidsbeeld strekt zich uit over de twee verdiepingen van Haisha.

 

Haisha is het Japanse woord voor tandarts, en dat is precies van wie dit huis vroeger was. De tandartsenpraktijk is door kunstenaar Shinro Otake (Tokyo, 1955) volledig omgebouwd tot één groot kunstwerk. Op twee verdiepingen zie je installaties, sculpturen, schilderijen en collages. De titel van het werk – ‘Dreaming Tongue’ – verwijst naar zowel ‘een droom oproepen’ als ‘iets in je mond hebben’ en daarmee naar het beroep dat er vroeger wat uitgeoefend.

Leven voor en van de kunst

Maar interessanter nog dan de “vooraf bedachte” musea en projecten is hoe kunst volledig geïntegreerd is in het dagelijks leven op het eiland. De Japanse stippenkunstenares Yayoi Kusama is onofficieel benoemd tot beschermvrouw van het eiland. Twee van haar iconische pompoenen staan aan de kust, als twee plompe kustwachten die bezoekers verwelkomen (zie bovenste foto). Maar ook de gewoonste objecten op het eiland zijn in Kusama-stijl:

 

Naoshima bus

Het lokale vervoer op Naoshima. Fietsen is aan te raden, deze gestipte bus rijdt maar eens per uur.

 

Een ander voorbeeld is het badhuis ‘I Love Yu’, dat van buiten en binnen een hysterisch kunstwerk is (eveneens ontworpen door Shinro Otake). In de naam van het badhuis zit daarnaast een mooie dubbelzinnige betekenis: het Japanse karakter ‘Yu’ verwijst ook naar ‘heet badwater’. Otake bouwde het badhuis niet alleen als kunstwerk, maar ook als plek voor de bewoners van Naoshima om elkaar te ontmoeten. Zo kan het zomaar voorkomen dat je als toerist met je billen bloot tussen de eilandbewoners zit.

 

Iedere eilandbewoner is op direct of indirecte manier betrokken bij de kunst: als gebruiker van het badhuis, rondleider, of als uitbater van een souvenirwinkel, galerie of restaurant. Ook met dat laatste is iets bijzonders. In Japan is het gebruikelijk om voor je restaurant of winkel een aantal ‘gordijntjes’ te hebben hangen. Om praktische (zon, regen en stof je huis uithouden als je de deur open hebt) en decoratieve redenen. Op Naoshima zijn deze noren uitzonderlijk mooi. Bij het schrijven van dit artikel leerde ik waarom: in 2001 werd de internationaal geroemde Japanse textielkunstenares Yoko Kano gevraagd om 14 particuliere huizen op Naoshima te voorzien van noren. Inmiddels wapperen er bij meer dan 50 huizen haar stoffen kunstwerken.

 

Een van de noren bij een restaurant in Honmura

Oprechte commercialiteit

Een bezoek aan Naoshima roept ook de vraag op: is het kunsteiland commercieel? Ja. De entreekaartjes voor tentoonstellingen zijn aan de hoge kant, het Benesse House Museum is ook een peperduur hotel en foto’s maken is in de musea absoluut niet toegestaan. Is dat erg? Nee. De 3100 bewoners van het eiland zijn direct of indirect met de kunst verbonden en er daarmee (financieel) van afhankelijk. De inrichting is met oprechte zorg gedaan en met oog voor de natuur. En dat heeft een positief effect: ik ging met een ‘museumbril’ naar de rest van het eiland kijken. Ik lette ineens meer op de natuur, de architectuur en zelfs het eten uit de supermarkt.

 

Vakantiekiek! Een Karel Appel uit mijn geboortejaar.

 

Zoals ik eerder schreef, had ik tot mijn vakantie nog nooit van Naoshima gehoord. Na deze trip heb ik vrienden en collega’s tot vervelens toe overstelpt met anekdotes over ‘het geweldige Naoshima’. En ik ben ervan overtuigd dat iedereen die een bezoek heeft mogen brengen aan het eiland dit ook doet. Ik ben benieuwd of het toerisme met de jaren groeit (wij waren in 2017 in het laagseizoen en het was best rustig). En hoe het eiland daarmee omgaat. Wellicht moet ik over tien jaar nog eens teruggaan.

Door Floor.