fbpx

Ode aan Lowlands

Het is weer zover. De 27e editie van Lowlands staat op het punt van beginnen. Het voorspelde Hollandse prutweer met heel veel regen en het massaal verkopen van tickets voor stuntprijzen voeren de boventoon in de berichtgeving over het festival. Een tegengeluid is zeer welkom. Het is tijd voor een lofzang. Een complimentenregen. Een serenade. Een ode aan Lowlands.

Donderdag

Laten we beginnen bij het begin: de donderdag. Geen officiële festivaldag, maar desondanks zeer belangrijk. Met een zogenaamde ‘soft opening’ – waarbij een deel van het terrein wordt opengesteld – kun je jezelf langzaam onderdompelen in het Lowlandssfeertje. Ook probeer je op donderdag jouw tentje op de allerbeste plek van de camping te deponeren. Idealiter niet in een greppel. Graag niet te ver van de toiletten, maar ook weer niet te dichtbij. Gezellige buren zijn mooi meegenomen. Vlug naar het terrein, waar de silent disco bijna van start gaat. Met 30.000 feestgangers aan je zijde maak je het net iets later dan eigenlijk de bedoeling was. De soft opening blijkt toch niet zo soft.

Vrijdag

Op vrijdag begint het pas écht, al is je lever al lang en breed begonnen met het afbreken van de donderdagbiertjes. Tijd om je ochtendkoppie uit de tent te steken en een blik knakworsten open te trekken. Lowlandskrantje op schoot, broodje koude knakworst in je linkerhand en drank naar keuze in je rechterhand (ik begin de dag graag heel braaf met thee). Ultiem geluk. Je bekijkt het blokkenschema nog even voordat je je richting de douches begeeft. Of nou, dat blijft altijd een discussie: wel of niet douchen. Tijdens deze ode is er geen tijd en ruimte voor ruzie, dus laten we lief voor elkaar zijn. Hup, op naar het terrein. Je hebt nog energie voor tien en het lukt je warempel ook nog bijna om je vooraf gemaakte planning – propvol met acts die je per se moet zien, praktisch onhaalbaar – bij te benen. Wat een dag. Lowlands giert door je lichaam en dat blijft het voorlopig nog wel even doen.

 

Foto: Bart Heemskerk

Zaterdag

Zaterdagochtend weet je het meteen: dat tempo van gisteren ga ik vandaag niet meer kunnen hanteren. Je planning is wederom overvol en zonder magische superkrachten ga je het nooit redden om in vijf minuten van de Bravo naar de Alpha te komen en vervolgens na afloop van het optreden binnen twee minuten fris en fruitig vooraan bij de India te staan. Maar dat mag de pret niet drukken. In realiteit bestaat je dag uit het volgende: Vietnamese snacks in je gezicht duwen, Indiase curry naar binnen smikkelen, cocktails nuttigen, nacho’s delen met je festivalpartners in crime en als toetje eindigen met een rotdog van Hans Worst. Tussen al het culinaire vuurwerk door pak je nog wat muziek mee – waarvan de helft niet eens op je lijstje stond. Als je de beestachtige after dinner dip hebt verslagen met een denkbeeldig zwaard bestaande uit bier, dans je tot in de late uurtjes de zaterdagnacht aan gort. Voldaan plof je neer op je luchtbed en leg je je hoofd neer op je geïmproviseerde kussen: een trui met een kussensloop eromheen.

Zondag

Zondag is magisch. Je lichaam lijkt op ieder moment uit elkaar te kunnen vallen en toch heb je een grijns op je gezicht. Je kunt eigenlijk helemaal niks meer en toch kun je de wereld aan. Je staat vooraan bij je favoriete act van het weekend en opeens voel je dat je wang nat is. Is het dan toch dat Hollandse prutweer? Nee, de lucht is blauw en de zon schijnt. Het blijkt een traan die langzaam over je wang rolt. Een traan van geluk. Dat je dit weekend vol aaneengeregen geluksmomenten mocht meemaken. Dat je nog leeft. Dat je volgend jaar weer mag. Lang leve Lowlands!

Door Calvin van Duijvenvoorde